Pannenkoekplant stekken

De Pannenkoekplant staat erom bekend dat hij zichzelf bijna vermeerdert. Rond de moederplant verschijnen vanzelf kleine plantjes die je los kunt halen. Daarom is dit een van de leukste planten om door te geven aan vrienden.
Wanneer en waarom?
De Pannenkoekplant maakt vooral in voorjaar en zomer nieuwe scheutjes aan. Dat is dan ook het beste moment om ze los te halen. Zo houd je de moederplant overzichtelijk en kweek je meteen nieuwe plantjes.
Pups herkennen
Naast de moederplant duiken kleine plantjes op uit de grond, de zogenoemde pups. Soms verschijnen er ook babyscheutjes laag aan de stam. Wacht tot zo'n pup een paar eigen blaadjes heeft voordat je hem losmaakt.
Pups afsnijden en oppotten
Snijd een pup met een schoon mesje los, net onder de grond, zodat er wat worteltjes aan zitten. Pot het plantje meteen op in lichte, vochtige potgrond. Een pup die al wortels heeft, groeit vrijwel altijd vlot door.
Verzorging na het oppotten
Zet het jonge plantje op een lichte plek met veel indirect licht, uit de volle zon. Houd de grond de eerste weken licht vochtig terwijl het wortelt. Daarna verzorg je het als een gewone Pannenkoekplant.
- Wacht tot een pup eigen blaadjes heeft
- Snijd met wat worteltjes mee
- Pot direct op in lichte grond



