Op welke hoogte hangt wat: standaardmaten voor stopcontacten, spiegels en kapstokken
Bij elke klus komt er een moment waarop iemand met een potlood tegen de muur staat en vraagt: hoe hoog eigenlijk? Meestal wordt dat opgelost met het oog, en meestal gaat dat goed genoeg. Maar er zijn plekken waar een afwijking van tien centimeter je jarenlang blijft irriteren, en er zijn plekken waar de gangbare maat een reden heeft die je pas begrijpt als je hem negeert. Denk aan een kapstok die zo hoog hangt dat de kinderen hun jas over een stoel gooien, of een spiegel waarin je jezelf net niet helemaal ziet.
Hieronder staan de maten die in Nederland gangbaar zijn, zodat je ze kunt opzoeken in plaats van uitrekenen. Ze gelden gemeten vanaf de afgewerkte vloer, dus inclusief de vloer die er nog moet komen. Wie tijdens een verbouwing vanaf de dekvloer meet, hangt alles systematisch een centimeter of vijf te hoog, en dat is een fout die niemand ooit terugdraait.
Hoogtes in huis
| Wat | Hoogte vanaf de vloer | Waarom die maat |
|---|---|---|
| Stopcontact in woonruimte | 30 cm | Boven de plint en achter meubels weggewerkt, in nieuwbouw soms 25 cm |
| Schakelaar | 105 cm | Met de hand naar beneden bedienbaar, ook voor kinderen bereikbaar |
| Stopcontact boven een keukenblad | 110 tot 115 cm | Ongeveer 20 cm boven het werkblad, vrij van spatwater |
| Keukenwerkblad | 90 tot 92 cm | Standaard, maar reken zelf: elleboog min 15 cm is comfortabeler |
| Onderkant bovenkast keuken | 50 tot 60 cm boven het blad | Genoeg ruimte voor een keukenmachine en voor licht onder de kast |
| Afzuigkap boven inductie | 50 tot 65 cm | Lager mag bij inductie, boven gas minimaal 65 cm |
| Wastafel | 85 cm | Bij lange bewoners 90 cm, bij een opzetkom meet je tot de bovenrand van de kom |
| Spiegel badkamer | Bovenkant op 190 tot 200 cm | Zo valt het gezicht van vrijwel iedereen binnen het vlak |
| Handdoekhaak | 150 tot 170 cm | Hoog genoeg dat een grote handdoek de vloer niet raakt |
| Toiletrolhouder | 70 cm, 20 tot 30 cm voor de pot | Zittend bereikbaar zonder te draaien |
| Kapstok | 170 tot 180 cm | Plus een lage rij op 120 cm als er kinderen zijn |
| Deurkruk | 100 cm | Vaste maat in vrijwel alle Nederlandse woningen |
| Midden van een schilderij | 145 tot 150 cm | Ooghoogte van een staande volwassene, de museumnorm |
| Midden van een televisie | 100 tot 110 cm | Ooghoogte van iemand die zit, dus lager dan mensen denken |
| Onderkant wandlamp | 160 tot 170 cm | Boven ooghoogte, zodat je niet in de lamp kijkt |
| Hanglamp boven de eettafel | 70 tot 80 cm boven het tafelblad | Licht op het eten, vrij zicht op de overkant |
| Rookmelder | Aan het plafond, minimaal 50 cm van de wand | Rook verzamelt zich in het midden van het plafond, niet in de hoek |
Vrije ruimtes waar meubels om vragen
| Waar | Vrije ruimte | Waarvoor |
|---|---|---|
| Rondom de eettafel | 90 cm, liever 100 | Een stoel naar achteren schuiven en erlangs lopen |
| Tussen bank en salontafel | 40 tot 45 cm | Benen kwijt kunnen en er toch bij kunnen |
| Doorloop in een gang of tussen meubels | 75 tot 90 cm | Met een wasmand of een kind aan de hand erlangs |
| Naast een bed | 60 cm, 70 als het bed open moet | Instappen, opmaken, stofzuigen |
| Tussen twee keukenblokken | 110 tot 120 cm | Een openstaande oven en iemand die erlangs wil |
| Voor een kastdeur of lade | De diepte van de la plus 60 cm | Uittrekken en er zelf voor kunnen staan |
Wanneer je van de tabel afwijkt
Deze maten zijn gemiddelden, en gemiddelden passen bij niemand precies. De belangrijkste afwijking is je eigen lengte. Voor een keukenblad is de vuistregel dat je op de hoogte van je elleboog begint en daar vijftien centimeter vanaf haalt. Iemand van 1,90 meter komt dan uit op ongeveer 97 centimeter en staat aan een standaardkeuken van 92 dus structureel gebogen. Bij een nieuwe keuken kost die aanpassing niets, want de pootjes zijn toch verstelbaar. Bij een bestaande keuken kost het een hele verbouwing, en dat is precies waarom dit het moment is om erover na te denken.
De tweede afwijking is de hoogte van het plafond. In een woning met plafonds van 3,20 meter, zoals in veel vooroorlogse etages, klopt de museumhoogte van 145 centimeter voor een schilderij visueel niet meer: het hangt dan te laag ten opzichte van de ruimte eromheen. Werk in zo’n kamer eerder met de verhouding tot het meubel eronder dan met een absolute maat. Bij het opbouwen van een fotowand geldt hetzelfde: het midden van het geheel op ooghoogte, en niet elk lijstje afzonderlijk op die hoogte.
De derde is de gezinssamenstelling. Kapstokken, lichtschakelaars en handdoekhaken worden gebruikt door mensen van uiteenlopende lengte, en de standaardmaat bedient alleen de volwassenen. Twee rijen haken in de hal kost tien euro extra en scheelt jarenlang jassen op de grond. Zo’n keuze doet meer voor het dagelijks gebruik van een kleine hal dan welke styling ook.
Twee maten die vaker fout gaan dan de rest
De eerste is de televisie. Vrijwel iedereen hangt hem te hoog, meestal omdat het meubel eronder de hoogte bepaalt of omdat de haard erboven vraagt om symmetrie. Het midden van het scherm hoort op de ooghoogte van iemand die zit, en dat is ongeveer 105 centimeter. Wie de tv boven een schouw hangt, kijkt jarenlang met zijn nek in de nek naar een scherm, en dat merk je pas na een avond.
De tweede is de gordijnrail. Die hangt in de meeste huizen precies op de bovenkant van het kozijn, terwijl hij hoger en breder hoort dan het raam zelf: dat maakt de ramen optisch groter en houdt in de winter meer warmte binnen. Wat de juiste hoogte en breedte van de rail is, hangt af van het plafond en van het type raam, en het is een van de weinige ingrepen die tegelijk het comfort en het aanzien van een kamer verbetert.
Waar je het gereedschap haalt
Voor het uitzetten van deze maten heb je weinig nodig: een rolmaat, een potlood, een waterpas van minstens zestig centimeter en een kruislijnlaser als je een rij haken of lampen wilt uitlijnen. Zo’n laser kost bij Gamma, Praxis of Hornbach tussen de veertig en tachtig euro en is voor een dag te huren bij een gereedschapsverhuur. Voor het bevestigen zelf ligt de keuze bij de muursoort, en die bepaalt welke plug je nodig hebt, wat in een gipswand een heel ander verhaal is dan in beton.
Schrijf de maten die je in jouw huis hebt aangehouden op de binnenkant van de meterkastdeur. Dat klinkt overdreven, tot het moment dat je twee jaar later een tweede kapstok ophangt in de bijkeuken en hem op precies dezelfde hoogte wilt hebben.




Geef een reactie