Kleermotten in huis: wat experts echt adviseren en welke tips niet werken

Marijn Koster· 4 november 2026· 5 min lezen
Kleermotten in huis: wat experts echt adviseren en welke tips niet werken
Foto: Alyssa Strohmann via Unsplash

De wollen truien komen weer uit de kast, en dat is meestal het moment waarop je de gaatjes ontdekt. Apartment Therapy publiceerde op 2 november het verhaal van een schrijver met een huis vol kleermotten, die experts vroeg wat ze moest doen. Lavendel en cederhout noemden sommigen een goed middel, anderen een fabel. Die verwarring is herkenbaar, want er zijn weinig huishoudproblemen met zoveel goedbedoelde tips. Daarom zetten we op een rij wat Duitse en Amerikaanse deskundigen zeggen, en waar ze het oneens zijn.

Niet de mot eet je trui, maar haar larve

Bijna alle misverstanden beginnen hier. De kleine geelbruine mot die je ziet fladderen, maximaal een centimeter groot, is niet degene die de schade maakt. Dat doen de larven, die keratine eten: wol, veren en vacht, maar ook wolpluis en haren in vloerkieren of op de mand van de hond, zo legt ZDFheute uit. Vaker dan via een open raam komen ze via besmet textiel binnen, dus let ook op wat je tweedehands koopt.

Daaruit volgt de belangrijkste regel. Alles wat alleen de vliegende mot raakt, lost je probleem niet op. Ian Williams, technisch manager bij ongediertebestrijder Orkin, zegt het in NBC News zo: de meest effectieve aanpak is de bron vinden en die weghalen. Zoek dus op donkere plekken waar kleding lang onaangeroerd ligt, zoals onderin de kast of tussen de winterjassen.

Welke tips tegenvallen

Lavendelzakjes en cederhout. Dit is de bekendste discussie, en het antwoord ligt in het midden. Juliane Fischer van het Duitse Umweltbundesamt zegt dat ze slechts een geringe afschrikkende werking hebben en als enige maatregel niet deugen. Entomoloog Shannon Sked van Orkin noemt cederblokken een afweermiddel, geen middel dat doodt, en adviseert ze pas te gebruiken nadat er is behandeld. Ceder in een kast die al besmet is, lost het probleem dus niet op. Het is hooguit iets voor erna, en dan kun je het blokje laten liggen als je de geur prettig vindt.

De feromoonval als oplossing. Zo’n val werkt, maar anders dan veel mensen denken. Hij lokt paringsbereide mannetjes en vangt verder niets, dus eieren en larven in je kleding blijven gewoon zitten. Fischer ziet hem vooral als manier om te bevestigen dat je kleermotten hebt, Sked wijst erop dat hij de voortplanting kan verstoren. Handig om te weten of je een probleem hebt en of het afneemt, maar geen behandeling. Let ook op de soort, want een val voor kleermotten is niet bedoeld voor voorraadmotten uit de keuken.

Mottenpapier en andere chemische middelen. Fischer raadt ze af. Ze bevatten stoffen zoals transfluthrin of naftaleen die huid, ogen en luchtwegen kunnen irriteren, en niet-chemische maatregelen zijn volgens haar vaak genoeg. Hier zitten de deskundigen niet op één lijn. De Amerikaanse entomoloog Gil Bloom noemt een insecticide met groeiregulator juist nuttig, omdat dat de levenscyclus doorbreekt. Begin in elk geval met de stappen hieronder, en bewaar het zwaardere werk voor als dat niet genoeg blijkt.

Wat wel werkt, in deze volgorde

De methodes zelf zijn verrassend eenvoudig. Het werk zit erin dat je ze allemaal en grondig doet.

  • Haal de kast leeg. Alles eruit, ook wat je al jaren niet draagt. Kapotte kleding die je niet meer gaat herstellen, sluit je af in een plastic zak en gooi je bij het restafval.
  • Was wat kan. Bij voorkeur op meer dan 50 graden, voor zover het label dat toelaat.
  • Vries in wat niet heet mag. Doe het in een plastic zak en laat het minstens een week in de vriezer liggen. De hele inhoud moet doorvriezen, dus prop de zak niet te vol.
  • Maak de kast zelf schoon. Stofzuig en veeg kasten en laden, en verhit naden en moeilijke hoeken met een föhn om eieren en larven te doden.
  • Vergeet de rest van de kamer niet. Larven leven ook van pluis en haren in vloerkieren en op huisdierkussens.
  • Berg schoon en afgesloten op. Stop dikke truien pas na het wassen in goed sluitende dozen of vacuümzakken.

Heb je een heel volle kast, dan is het handig om meteen uit te zoeken wat er echt in moet blijven. Een ladekast met wat ruimte of een eigen indeling maakt het later ook makkelijker om regelmatig te controleren, en dat is precies wat motten niet willen. Ze houden van rust en donker, en kleding die je vaak beweegt en lucht geeft ze minder kans.

En terwijl je in de slaapkamer bezig bent: dat is meteen een goed moment voor een ander klusje, want experts adviseren ook je matras regelmatig te draaien en te keren.

Sluipwespen: klinkt gek, is een echte optie

Wil je geen gif in huis, dan zijn er sluipwespjes. De soort Trichogramma evanescens is een natuurlijke vijand van de kleermot en legt haar eieren in die van de mot, waardoor die afsterven. Volgens ZDFheute zijn ze een mogelijkheid bij een besmetting. Ook hier geldt dat ze de grondige schoonmaak niet vervangen, want de wespjes pakken alleen de eieren aan en niet de larven die al aan je trui zitten.

Wanneer je het niet zelf blijft proberen

Blijven de motten terugkomen nadat je alles hebt gedaan, dan zit er waarschijnlijk ergens een bron die je niet bereikt, bijvoorbeeld in vaste vloerbedekking of een wollen kleed. Een plaagdierbestrijder kan dan inspecteren en ook eieren en larven aanpakken, zoals Bloom aanraadt bij ernstige gevallen. Ook bij Apartment Therapy komt een behandeling op professioneel niveau naar voren, zo nodig herhaald.

Voorkomen blijft goedkoper. Controleer je wol regelmatig, lucht wat je vaak draagt, en houd een val in de kast als waarschuwingssysteem. Blijft die val maandenlang leeg, dan is dat een goed teken. Gaat het in je huis juist om andere beestjes, dan is er vaak een andere oorzaak, zoals bij zilvervisjes in de badkamer, waar vocht het probleem is.

Marijn Koster
Mijn naam is Marijn Koster en ik schrijf over wonen vanuit één centrale gedachte: een huis moet vóór je werken, niet tegen je. Of het nu gaat om een compacte stadswoning, een gezinswoning of een renovatieproject, slimme keuzes in indeling, materiaal en gebruik maken het verschil tussen “mooi” en écht comfortabel. Ik combineer een praktische blik met oog voor sfeer. De mooiste interieurs zijn niet per se de duurste, maar de doordachtste. Hoe valt het licht? Waar verlies je onnodig ruimte? Welke materialen blijven over tien jaar nog steeds prettig? Dat zijn de vragen die ik stel. Op toetwonen.nl deel ik inzichten over verbouwen zonder verspilling, efficiënter omgaan met ruimte, energiebewuste aanpassingen en onderhoud dat je woning toekomstbestendig maakt. Geen ingewikkelde vaktaal, maar duidelijke uitleg en toepasbare adviezen. Wonen is geen eindpunt maar een proces. Mijn doel is om lezers te helpen betere keuzes te maken — keuzes die vandaag prettig voelen en morgen nog steeds logisch zijn.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *