Verf voelt droog maar is nog lang niet uitgehard
Je hebt de laatste laag om vier uur ’s middags gezet, om acht uur voelt de deur droog aan, en de volgende ochtend hang je hem terug in de scharnieren. Twee weken later trek je hem open en blijft er een velletje verf aan de sponning hangen. Dat is geen slechte verf en het is geen fout in het schilderwerk. Het is het verschil tussen droog en hard, en dat verschil kost meer schilderwerk dan welke kwaststreek ook.
Verf droogt in twee bewegingen die niets met elkaar te maken hebben. Eerst verdampt het water of het oplosmiddel, en dat gaat snel: na een paar uur voelt het oppervlak stroef en droog en zit er geen vinger meer in. Daarna begint het echte werk. De bindmiddelen die achterblijven moeten zich aan elkaar hechten tot één gesloten laag, en dat proces heet uitharden. Bij een watergedragen muurverf duurt dat ongeveer een week, bij een watergedragen lak op deuren en kozijnen twee tot vier weken. In die periode is de laag wel dicht, maar nog zacht genoeg om in te drukken, te plakken en los te laten.
Het merkbare gevolg heet blocking: twee verse verflagen die tegen elkaar aan komen te staan en aan elkaar vast gaan zitten. Een deur die in de sponning valt, een raam dat je sluit, een kastdeurtje dat tegen de kast rust, een plank waar je meteen spullen op zet. Bij alle vier lijkt er niets aan de hand tot je ze weer los trekt. Daarom laat je een pas gelakte deur na het terughangen een paar dagen op een kier staan, en zet je de eerste week niets zwaars tegen een geverfde muur.
Dat wachten is ook de reden dat ik nooit meer op zondagavond de laatste laag zet op iets dat maandag weer in gebruik moet. Liever begin ik een klus een week eerder dan dat ik het einde afraffel, want de schade van een te vroeg belaste laag zie je niet meteen maar wel de volle levensduur van de verf. Dat geldt net zo goed voor een kastje dat je opknapt, waar de deurtjes vaak binnen een dag weer dicht gaan omdat het ding anders in de weg staat.
Temperatuur en luchtvochtigheid bepalen hoe lang dat uitharden werkelijk duurt. De richttijden op de bus gelden bij ongeveer twintig graden en een normale vochtigheid. Schilder je in een koude bijkeuken of in een badkamer waar dagelijks gedoucht wordt, dan kun je die tijd rustig verdubbelen. Onder de tien graden komt het proces vrijwel stil te liggen, en verf die in de kou is gezet blijft daarna structureel zachter. Ventileren helpt, verwarmen helpt, maar een föhn of een bouwlamp erop houden juist niet: dan hardt de bovenlaag uit terwijl daaronder nog alles zacht is.
Ook praktisch: plak geen schilderstape op verf die jonger is dan een week, want bij het weghalen komt de nieuwe laag mee. Wil je een tweede kleur aanbrengen langs een rand, gebruik dan tape met lage kleefkracht en haal hem er dezelfde dag weer af. Schoonmaken doe je in de eerste weken hooguit met een vochtige doek zonder middel. Een muur die je te vroeg met een sopje te lijf gaat, krijg je glimmende plekken die er niet meer uit gaan.
Het klinkt als geduld om het geduld, maar er zit een concrete winst in. Een laag die netjes heeft kunnen uitharden is aanzienlijk beter bestand tegen krassen, vuil en vocht, en dat merk je pas jaren later, wanneer een kozijn dat rustig heeft mogen drogen er nog steeds glad uitziet terwijl het buurkozijn overal stompe plekken heeft. Twee weken niks doen is de goedkoopste onderhoudsbeurt die er bestaat.




Geef een reactie