Eetkamer in diepblauw: zo wordt color drenching knus in plaats van donker
Een eetkamer die van plint tot plafond diepblauw is, klinkt als een recept voor een donker hol. Toch pakt het vaak precies andersom uit. Zet je muren, plafond, plinten en deuren in één kleur, dan verdwijnen de harde overgangen en voelt een smalle ruimte ineens omsloten in plaats van krap. Het geheim zit niet in de kleur zelf, maar in hoe je licht, glans en materialen eromheen kiest.
Apartment Therapy liet op 26 september een eetkamer in een Amerikaans huis zien die door de ontwerpers van Re-Find helemaal in één blauw is gezet, deuren inbegrepen. De ruimte was smal, wit en volgens de ontwerpers “koud en nogal steriel”. Nu is het een soort vintage lounge. Na het lichte hemelsblauw dat als kleur van 2027 is aangewezen is dit de donkere tegenhanger, en die vraagt een andere aanpak.
Wat color drenching precies is
Bij color drenching schilder je alles in één kleur. Niet alleen de muren, ook het plafond, de plinten, de kozijnen, de deuren en soms zelfs de radiator. In het voorbeeld van Apartment Therapy ging de hele kamer in Van Courtland Blue van Benjamin Moore, een diep grijsblauw. In Nederland vind je vergelijkbare tinten bij de meeste verfmerken, denk aan Hague Blue en Stiffkey Blue van Farrow & Ball of de donkere blauwen in de kleurenwaaiers van Flexa en Histor.
Waarom werkt dat in een kleine ruimte? Een witte kamer met donkere accenten laat precies zien waar de muur ophoudt en het plafond begint. Je oog telt de randen, en hoe meer randen, hoe kleiner de ruimte oogt. Als alles dezelfde kleur heeft, vervagen die hoeken. De kamer krijgt diepte in plaats van grenzen. Daarom zie je deze techniek juist vaak in gangen, toiletten en smalle eetkamers.
Eerlijk is eerlijk, het vraagt wel iets van je. Je moet durven kiezen, en je moet accepteren dat de kamer ’s avonds anders voelt dan overdag. Maar in een eetkamer, waar je vooral bij kaarslicht en lamplicht zit, is dat eerder een voordeel dan een probleem.
Zo wordt diepblauw knus in plaats van donker
Het verschil tussen een grot en een cocon zit in een handvol keuzes. Deze maken het meeste uit.
- Speel met glans, niet met kleur. Zet de muren en het plafond in mat of zijdemat en het houtwerk in dezelfde kleur met iets meer glans. Plinten en deuren vangen dan net wat licht, zonder dat je een tweede kleur nodig hebt.
- Kies warm licht op meerdere hoogtes. Een hanglamp boven de tafel alleen maakt een blauwe kamer vlak. Zet er een tafellamp op het dressoir bij en eventueel een wandlamp. Lampen met een warm witte lichtkleur trekken het blauw naar de gezellige kant.
- Breng warmte terug met hout en koper. Een houten tafel, messing kandelaars of een koperen lamp vormen een tegenwicht voor het koele blauw. In de eetkamer van Re-Find doen vintage meubels en een oude kroonluchter met fruitmotief dat werk.
- Laat patroon het blauw breken. Bloemengordijnen die licht doorlaten, een vloerkleed met motief en schilderijen met eigen kleur zorgen dat het blauw een achtergrond wordt en geen muur van één toon.
- Houd het meubilair op maat. De vorige eettafel was te groot voor de kamer. De ontwerpers kozen een klaptafel die voor zes mensen uitschuift en een vierkant vloerkleed, omdat nog een lange rechthoek de smalle kamer alleen maar smaller maakte.
Dat laatste punt wordt vaak vergeten. Een donkere kleur vergroot een kamer niet als die kamer vol staat met te grote meubels. Kijk dus eerst wat eruit kan voordat je de verfroller pakt. Over het formaat van een kleed onder je tafel schreven we eerder wat past bij welke eettafel.
Plafond mee of niet?
Dit is de vraag die de meeste twijfel oplevert. Een donker plafond voelt spannend, zeker in een gewone Nederlandse woning met een niet al te hoog plafond. Toch is het juist het plafond dat het verschil maakt. Laat je het wit, dan hangt er een lichte deksel op een donkere doos, en dan valt de lage hoogte extra op. Schilder je het mee, dan loopt de kleur door en zie je minder goed waar de muur ophoudt.
Twijfel je, begin dan met een flink proefvlak op de muur én op het plafond. Bekijk het overdag, ’s avonds met je eigen lampen aan en op een grijze middag. Blauw verandert sterk per lichtval, en op een noordkamer oogt het een stuk grijzer dan op het kleurstaaltje.
Waar je rekening mee houdt voordat je begint
Donkere verf vraagt meer lagen dan je gewend bent, reken op een extra laag. Gebruik een grondverf die op de kleur is afgestemd, dat scheelt een laag en geeft een egalere dekking. Afplakken rond kozijnen en plinten mag bij color drenching iets minder precies, omdat alles toch dezelfde kleur krijgt. Dat is een van de stille voordelen van de techniek.
Let wel op scheuren en gaten, want die vallen in een donkere, matte kleur eerder op dan in wit. Goed vullen en schuren vooraf is hier geen overbodige luxe. En denk aan je kunst. De ontwerpers in het voorbeeld moesten goed nadenken waar ze konden ophangen zonder het oude pleisterwerk te beschadigen. Hangt je werk op een donkere muur, dan komt de hoogte nog meer op de voorgrond, dus kijk even naar de 150-centimeterregel voordat je gaat boren.
Waarom dit juist in de eetkamer werkt
Een eetkamer is een plek waar je zit, eet en blijft hangen. Je hoeft er niet te lezen of te werken, dus het licht mag gedempt zijn. Dat maakt het de ideale ruimte om een donkere kleur uit te proberen. Een blauwe eetkamer voelt ’s avonds als een restaurant waar je de tijd vergeet, en overdag als een rustige plek tussen de drukte van de keuken en de woonkamer. Precies dat was ook het doel in het huis uit het voorbeeld, een overgang van het openbare deel van het huis naar het privédeel.
Wat me het meest aanspreekt aan dit project, is dat het grootste deel van de inrichting tweedehands is. Volgens de ontwerpers bestaat de kamer voor 75 tot 80 procent uit hergebruikte spullen. Dat past bij een donkere kleur, want oude meubels met patina gaan veel beter samen met diepblauw dan glanzend nieuw. Heb je een oude kast of tafel die in je witte huis altijd een beetje misplaatst leek, dan kan dit de kamer zijn waar hij ineens op zijn plek valt.




Geef een reactie