Oranje in je herfstdecoratie: zo wordt het warm en niet goedkoop
Half september komt de doos van zolder en gaat de kamer in een middag op herfst. Een week later vraag je je af waarom het huis er goedkoper uitziet dan ervoor. Bijna altijd zit dat in één kleur, en dat is oranje.
Apartment Therapy legde de vraag gisteren voor aan een aantal interieurontwerpers en kreeg een opvallend eensgezind antwoord. Niet de pompoenen zijn het probleem, niet de kaarsen en niet de takken. Het probleem is de felheid van het oranje dat we er standaard bij pakken.
Waarom fel oranje het altijd wint
Interieurontwerper Chris Collins van The Analog Room wijst erop dat felle oranjetinten signaalkleuren zijn. Ze vallen op voordat je iets anders hebt gezien, en dat is precies wat je in een woonkamer niet wilt. Seizoensdecoratie hoort volgens hem een accent te zetten en niet de kamer over te nemen. In een interieur dat verder uit grijs, beige, hout en wit bestaat, gaat zo’n kleur vloeken in plaats van aanvullen.
Ariene Bethea van Dressing Rooms Interiors Studio draait het om. Voor haar draait herfstdecoratie niet om het binnenhalen van herfstkleuren maar om het verschuiven van de sfeer, zodat de kamer warmer en gelaagder aanvoelt en nog steeds het huis is waar je het hele jaar woont. Dat is een nuttige toets. Als iemand die bij je binnenkomt eerst de decoratie ziet en pas daarna de kamer, dan is er iets misgegaan.
Er speelt hier ook iets Nederlands mee. Wij hebben met oranje een verhouding die andere landen niet hebben, en het felle oranje uit de feestwinkel ligt hier tien maanden per jaar in de schappen. Daardoor grijp je er sneller naar dan je zou willen, en het duurt even voordat je doorhebt dat je kamer naar een kermis neigt.
Welk oranje wel werkt
Het advies is niet om oranje te schrappen maar om een ander oranje te nemen. John Maloney McNamara van ontwerpbureau Coosa noemt de betere versies verzacht, verbruind of verdiept, en hij bedoelt daarmee tinten zoals oker, goudgeel, roest, terracotta en saffraan. Zijn redenering is dat die nuance hebben, waardoor je de warmte krijgt zonder het cliché. Dat klopt met wat je in winkels ziet gebeuren, want de gedempte kant van het spectrum is de afgelopen jaren steeds breder geworden.
Zet die tinten vervolgens niet alleen. Contentmaker Emily Paloma Sanchez combineert ze met bordeaux, chocoladebruin, olijfgroen en crème, en dat is de combinatie die een kamer diep maakt in plaats van druk. Twee van die kleuren in één ruimte is genoeg. Wie alle vier tegelijk inzet, is alsnog aan het stapelen.
Materiaal doet meer dan kleur
Hier zou ik zelf de meeste winst zoeken. Dezelfde roestkleur in fluweel, gebreide wol of ongeglazuurd aardewerk leest als duur, en in glanzend plastic of polyester leest hij als tijdelijk. Een kussenhoes van velours, een wollen plaid over de leuning, een schaal van ruw keramiek en een paar echte pompoenen van de markt doen samen meer dan een hele doos seizoensdecoratie.
Glitter, glanzende folie en alles wat op kunststof bessen lijkt, kun je zonder spijt overslaan. Gedroogde takken en bloemen zijn het tegenovergestelde en kosten bijna niets. Rozenbottels in een vaas geven je precies dat roest zonder dat je iets hoeft te kopen.
De drie plekken waar het genoeg is
Kies de plekken waar je het oog toch al heen stuurt. Dat zijn meestal de bank, de eettafel en één kast of schouw. Eén warme kleur per plek, in twee of drie objecten van verschillend formaat, en verder niets. De rest van de kamer laat je staan zoals hij is.
Werkt het nog niet, kijk dan naar je licht in plaats van naar je decoratie. Een kamer die in oktober koud aanvoelt, heeft vaker te maken met te witte lampen dan met te weinig pompoenen. Welke lichtkleur waar hoort hebben we uitgewerkt in ons stuk over lumen, kelvin en straalhoek.
En wie nu al verder wil kijken, kan alvast rekening houden met de kant die het op gaat. Zacht geelgroen is uitgeroepen tot kleur van 2027, en dat ligt dichter bij olijf en oker dan bij fel oranje. Wat je dit seizoen in die gedempte hoek koopt, staat volgend jaar dus nog steeds goed.




Geef een reactie